Wat als alles lukt… Het verhaal van een dorp als energie-Glanskern

jun 1, 2025Weblog

Hoe mooi kan het zijn als een gemeenschap van bewoners, bedrijven en instellingen samen slim hun duurzame energie zouden delen voor een eerlijke, vaste prijs en vrijwel onafhankelijk van andere invloeden?

< ergens in de toekomst >

Het was een schitterende zomerse dag geweest, niet al te ver in de toekomst in een mooi dorpje aan de rand van het Groene Hart. Laten we het Stompwijk noemen.

Vanavond was het weer zover: de jaarlijkse bijeenkomst van de Energy Common Leidschendam-Voorburg bracht leven in de dorpskern. Het was een avond vol energie – letterlijk en figuurlijk. Bewoners, zowel huurders als huiseigenaren, kwamen samen met sportclubs, kerken, ondernemers en woningverhuurders. Ook de gemeente en andere vastgoedeigenaren waren vertegenwoordigd. Een bont gezelschap dat samen het hele spectrum van energiegebruik in het dorp weerspiegelt: van wonen en werken tot mobiliteit en vrije tijd. Deze diverse mix maakte de bijeenkomst niet alleen waardevol, maar ook inspirerend. De gezamenlijke ambitie om de energietransitie lokaal vorm te geven leeft – en groeit. De Energy Common is daarmee meer dan een initiatief: het is een beweging van en voor het dorp.

De meeste leden kwamen op de fiets naar de bijeenkomst. Ze trapten door het slaperige dorp, langs huizen en gebouwen waarvan de daken glommen van de zonnepanelen. Binnen was het comfortabel, energiezuinig en stil. Goede isolatie, slimme ventilatie, een warmtepomp of e-boiler – alles werkte samen. Onzichtbaar, maar doeltreffend hield het balansmanagementsysteem alle woningen, instellingen en bedrijfspanden in evenwicht. Het was niet alleen techniek, het was een netwerk dat de gemeenschap verbond. De Glanskern, zoals ze zichzelf noemen, hield zo ook haar sociale en energetische balans. Sommigen waren zelfs via een mini-warmtenet met elkaar verbonden. Her en der stonden privé-accu’s en laadpalen.

Enkele leden arriveerden met hun elektrische auto, die bij binnenkomst nog even langs de ranke windmolens aan de rand van het dorp reden. Ze draaiden statig in de zachte avondwind. Ook die molens zijn van de gemeenschap. Net als de zonneweide, het buurtlaadplein voor auto’s en vrachtwagens, en de gezamenlijke buurt-accu. Alles – natuurlijk – gekoppeld aan het balanssysteem van de Energy Common. Het dorp heeft daarmee niet alleen een mix van duurzame opwek, maar ook een slimme combinatie van korte en lange opslagcapaciteit. Energiegebruik en -opwek zijn op elkaar afgestemd, ook op momenten dat het even tegenzit.

De bijeenkomst vond zoals elk jaar plaats in het Dorpspunt. Buiten nog wat geroezemoes, binnen geurden koffie en het lekkers van het lokale voedselbos. Langzaam vulde de zaal zich. De leden keken nog even op hun app, verbonden met het gemeenschapsbalanssysteem, en glimlachten naar elkaar. Ondanks de wereldwijde energie-onrust – veroorzaakt door alweer een conflict ver weg – genoten zij van een stabiele, lage energieprijs. Dankzij hun eigen systeem. Hun eigen keuzes. Hun eigen gemeenschap. Toen iedereen zat, verstomde het gepraat. De voorzitter opende de vergadering en begon met een terugblik op hoe het allemaal begon…

< het jaar 2025 >

Het leek nog maar kortgeleden: die gedenkwaardige 28 mei 2025. De dag waarop de voorlopers samenkwamen voor de allereerste vergadering. Toen nog met wat destijds de energiecoöperatie werd genoemd. Maar liefst dertig betrokkenen meldden zich direct aan voor een energieadvies voor hun woning of pand. En vrijwel allemaal werden ze enthousiast lid van de energiegemeenschap. De adviezen bleven niet bij papier: in veel gevallen werden ze daadwerkelijk uitgevoerd. Met hulp van energiecoaches en ondersteuning bij het regelen van financiering werden de plannen werkelijkheid.

Zeven panden – waaronder woningen, bedrijfspanden, een kerk en een clubhuis – gingen nog een stap verder. Zij ondergingen de innovatieve Glansscan, speciaal voor koplopers in de lokale energietransitie. Daarbij werd het pand niet alleen geïnspecteerd, maar ook een maand lang gemonitord met een klein edge-computertje. Cruciale gegevens werden verzameld, uiteraard volledig privacyproof. De data-analyse leverde diepgaande inzichten op en leidde tot nauwkeurige, onderbouwde adviezen. Ook die aanbevelingen werden meestal uitgevoerd. Vervolgens werd de edge-computer gebruikt voor de dagelijkse aansturing van het pand – slim, automatisch en altijd in balans.

Dankzij de verzamelde gegevens kon worden voorspeld welke panden onderling energie zouden kunnen delen. En precies op het juiste moment kwam de nieuwe energiewet erdoor: energie delen tussen leden werd nu wettelijk mogelijk. De gemeenschap sloot een contract met Trinova, de coöperatieve leverancier, en maakte zo de stap naar écht lokale energie. Tegen een lage, vaste prijs stapten veel leden over van hun oude leverancier naar hun eigen gemeenschap. De aanmeldingen stroomden binnen: meer woningen, meer bedrijven, maar ook boerderijen, sportkantines en kerken sloten zich aan.

Op basis van de data uit de aangesloten panden werd slim berekend welke collectieve voorzieningen het meeste effect zouden hebben. Windmolens, accu’s, warmteopslag, extra zonnepanelen of een eigen laadplein – alle investeringen waren goed onderbouwd. Dankzij een sterke businesscase kwamen er voldoende fondsen én investeerders om ze waar te maken.

Op een gegeven moment werd de volledige gemeenschap gekoppeld aan het landelijke energienet. Zo werd Stompwijk officieel een Glanskern energy hub, met een cruciale rol voor zowel energieleverancier als netbeheerder. Energie werd zelden teruggeleverd, omdat het balanssysteem steeds preciezer werkte. Het resultaat? Minder netcongestie in de regio én minder invloed van grillige marktprijzen op de lokale energieprijs. Precies zoals beoogd met het Local4local-opschalingsproject. Op dagen dat het landelijke net onder druk stond, hielp de gemeenschap actief mee om onbalans te voorkomen. Door op die momenten accu’s en warmte-opslag extra te vullen, werd het net ontlast en konden grote investeringen in netuitbreiding zelfs worden uitgesteld. En natuurlijk werd de gemeenschap daarvoor beloond – met meer zeggenschap, lagere kosten en een steeds steviger positie in het energiesysteem van de toekomst.

< terug naar ergens in de toekomst >

De voorzitter sloot haar historische terugblik af met zichtbare trots. Ze had goed nieuws: dankzij het geweldige resultaat van het afgelopen jaar kon de gemeenschap de energieprijs opnieuw verlagen. Dat betekende extra verlichting voor iedereen – en in het bijzonder voor bewoners die nog niet zo lang geleden in energiearmoede leefden. Ook de samenwerking met het lokale bedrijfsleven had wederom vruchten afgeworpen. Wederzijds vertrouwen en gedeelde inzet hadden geleid tot tastbare, positieve resultaten.

Enthousiast vertelde de voorzitter over de innovatie-investering van het afgelopen jaar: het opstellen van lokaal geproduceerde zoutaccu’s in hun eigen living lab. Deze pilot had niet alleen financieel, maar ook maatschappelijk veel opgeleverd. De lessen, data en het draagvlak maakten het mogelijk om een volgende stap te zetten. Ze stelde voor om vergelijkbare verkenningen te starten voor de lokale inzet van waterstof, geothermie en aquathermie. De zaal reageerde meteen instemmend. Unaniem ging de vergadering akkoord – klaar om samen opnieuw het voortouw te nemen. Sommigen noemen het liefkozend al Onze EnergieStolp. Een eigen ecosysteem van balans, betrouwbaarheid en verbondenheid.
De Glanskern – de gemeenschap in balans voor wonen, werken, vrije tijd en mobiliteit – werd hiermee voorzien van een duurzame, betaalbare en betrouwbare (energie-)toekomst.

Het succes bleef niet beperkt tot één dorpskern. Andere wijken en buurten in Leidschendam-Voorburg volgden het voorbeeld: Voorburg-West, Prinsenhof, Park Leeuwenbergh, Damzicht, Essesteijn – allemaal zetten ze hun eigen Glanskern of Glanswijk op. Vooral de nieuwe circulaire wijken, zoals Vlietvoorde, grepen de kans om duurzaamheid vanaf de eerste steen te verankeren.

Ook op gemeentelijk niveau kwam de transformatie op gang. Leidschendam-Voorburg groeide uit tot een Glansgemeente – met gezamenlijke voorzieningen die de energievoorziening in balans hielden. De lokale Glanskernen en -wijken werden verbonden via één slim energie-backbone-netwerk.

De beweging verspreidde zich snel. Het regionale samenwerkingsverband Rijnland Energie transformeerde met hetzelfde enthousiasme. Dit, vonden zij, was pas écht een regionale energiestrategie. Gemeenten regelden eerst hun eigen Glanskernen en Glansgemeente in – en koppelden zich daarna aan de bredere GlansRegio, compleet met berekende collectieve voorzieningen op regionaal niveau.

En nu? Er klinken zelfs stemmen die pleiten voor een landelijke aanpak. Een Glansland waarin gemeenschappen in balans samenwerken via een slim, decentraal energiesysteem. Sommigen noemen het al het Internet of Energy: een systeem waarin energie, net als data op het internet, vergaand onafhankelijk en zo lokaal mogelijk wordt uitgewisseld – dicht bij de bron én de gebruiker.

Natuurlijk blijft het bestaande energienet bestaan. Voor grootverbruikers, of voor mensen die liever alles zelf willen regelen. Maar steeds meer mensen kiezen voor samen. Voor delen. Voor balans.

Voor hún energie, in hún gemeenschap.

 

M. Stijl / v022 / mei 2025